
Mestcellen, wat is MCAS, diagnostiek
Mestcellen
Mestcellen zijn gespecialiseerde immuuncellen die behoren tot het aangeboren immuunsysteem. Zij ontwikkelen zich vanuit voorlopercellen in het beenmerg en rijpen verder in de weefsels waarin zij zich vestigen. Mestcellen bevinden zich verspreid door vrijwel het gehele lichaam, met name op plaatsen waar het lichaam in contact komt met de buitenwereld, zoals de huid, luchtwegen, het maag-darmkanaal en de slijmvliezen. Daarnaast komen zij voor rondom bloedvaten, lymfevaten, perifere zenuwen en in verschillende organen, waaronder de hersenen.
Door hun strategische ligging vormen mestcellen een belangrijke eerste verdedigingslinie tegen ziekteverwekkers en andere schadelijke invloeden. Zij herkennen uiteenlopende prikkels via een groot aantal receptoren op hun celoppervlak. Activatie kan plaatsvinden door onder andere infecties, allergenen, parasieten, geneesmiddelen, voeding, chemische stoffen, hormonen, temperatuurveranderingen, fysieke inspanning en psychologische stress.
Na activatie geven mestcellen een breed scala aan biologisch actieve stoffen af, de zogenaamde mediatoren. Tot de bekendste behoren histamine en tryptase, maar daarnaast produceren mestcellen onder andere prostaglandinen, leukotriënen, cytokinen, chemokinen, groeifactoren en proteasen. Inmiddels zijn meer dan duizend verschillende mestcelmediatoren beschreven, hoewel van veel mediatoren de exacte fysiologische functie nog niet volledig bekend is.
Deze mediatoren spelen een essentiële rol bij de regulatie van ontstekingsreacties, vasculaire permeabiliteit, wondgenezing, afweer tegen infecties, weefselherstel, angiogenese en de communicatie tussen het immuun-, zenuw- en hormoonstelsel. Mestcellen worden daarom steeds meer gezien als regulatoren van de homeostase en niet uitsluitend als effectorcellen van allergische reacties.
Onder fysiologische omstandigheden is mestcelactivatie een nauwkeurig gereguleerd proces. Zodra de bedreiging is verdwenen, neemt de activiteit van de mestcel weer af en keert het immuunsysteem terug naar een evenwichtige toestand.
Wat is het Mestcelactivatiesyndroom (MCAS)?
Het Mestcelactivatiesyndroom (MCAS) is een aandoening waarbij mestcellen ontregeld functioneren en overmatig of inadequaat worden geactiveerd. Hierdoor komt een overmaat aan mestcelmediatoren vrij, wat kan leiden tot klachten in meerdere orgaansystemen.
In tegenstelling tot systemische mastocytose is bij MCAS doorgaans geen sprake van een verhoogd aantal mestcellen, maar van een afwijkende regulatie van normale mestcellen. De oorzaak hiervan is nog niet volledig opgehelderd. Waarschijnlijk spelen genetische aanleg, veranderingen in de regulatie van mestcellen en omgevingsfactoren gezamenlijk een rol.
Door de centrale rol van mestcellen binnen het immuunsysteem kan een ontregeling leiden tot een zeer breed en wisselend klachtenpatroon. Patiënten kunnen symptomen ontwikkelen vanuit vrijwel ieder orgaansysteem. Veelvoorkomende klachten zijn flushing, jeuk, urticaria, angio-oedeem, buikpijn, diarree, misselijkheid, refluxklachten, benauwdheid, hartkloppingen, duizeligheid, hypotensie, hoofdpijn, vermoeidheid, cognitieve klachten (“brain fog”) en neurologische of neuropsychiatrische symptomen. De ernst varieert van milde episodische klachten tot ernstige systemische reacties, waaronder anafylaxie.
In het boek “Help mijn mestcellen zijn van slag” staat meer informatie, klik hier voor het boek.
Activatie van mestcellen
Een kenmerk van MCAS is dat mestcellen reageren op prikkels die onder normale omstandigheden geen of slechts een beperkte immuunreactie veroorzaken. De individuele triggers verschillen sterk per patiënt en kunnen bovendien in de loop van de tijd veranderen.
Veel beschreven triggers zijn onder andere:
- voeding en voedseladditieven;
- geneesmiddelen;
- insectenbeten;
- infecties;
- fysieke inspanning;
- temperatuurwisselingen;
- geurstoffen en chemische prikkels;
- hormonale veranderingen;
- emotionele of lichamelijke stress.
Na activatie kunnen mestcellen onmiddellijk degranuleren, waarbij vooraf opgeslagen mediatoren vrijkomen. Daarnaast kunnen uren later nieuw gevormde mediatoren worden geproduceerd. Hierdoor kunnen klachten zowel direct als vertraagd optreden, wat het herkennen van uitlokkende factoren bemoeilijkt.
Multisysteemziekte
MCAS wordt beschouwd als een multisysteemaandoening. Omdat mestcellen in vrijwel alle organen aanwezig zijn, kunnen patiënten klachten ontwikkelen die meerdere medische specialismen raken. Dit verklaart waarom patiënten vaak worden verwezen tussen verschillende disciplines, zoals allergologie, interne geneeskunde, dermatologie, gastro-enterologie, neurologie, cardiologie of longgeneeskunde, voordat de mogelijkheid van mestcelactivatie wordt overwogen.
De grote variatie aan symptomen maakt dat MCAS kan lijken op diverse andere aandoeningen. Ook kunnen klachten overlappen met andere chronische inflammatoire of functionele aandoeningen. Een zorgvuldige anamnese, aandacht voor patroonherkenning en beoordeling van meerdere orgaansystemen zijn daarom essentieel.
Diagnostiek
De diagnostiek van MCAS blijft complex. Er bestaat internationaal steeds meer consensus over diagnostische criteria, maar de toepassing daarvan in de dagelijkse praktijk is niet altijd eenvoudig. Elke patiënt kan anders reageren en op verschillende gebieden klachten hebben. Bij elk patiënt kan het daardoor weer anders uitten.
Bij de diagnostiek wordt doorgaans gekeken naar de volgende pijlers:
- typische terugkerende symptomen passend bij mestcelactivatie in meerdere orgaansystemen; In Duitsland is een checklist gemaakt, Deze checklist biedt richting binnen de diagnostiek, maar vervangt geen medische beoordeling. Klik hier voor de checklist.
- objectieve aanwijzingen voor verhoogde mestcelmediatoren tijdens een reactie, bijvoorbeeld een stijging van serumtryptase of verhoogde concentraties van mediatoren in het bloed of hun metabolieten in urine;
- klinische verbetering na behandeling met geneesmiddelen die mestcelactivatie of de effecten van mediatoren remmen.
- een biopt van de dunne darm, waar na kleuring C117 van de mestcellen, duidelijk wordt hoeveel actieve mestcellen er aanwezig zijn.
Mogelijke bloedonderzoeken:
-Plasma Heparine
-Tryptase (om mastocytose uit te sluiten), bij MCAS is de tryptase niet verhoogd, consensus-2.
Wanneer er meermalen een verhoging van tryptase bij een ‘mogelijke’ MCAS is, wordt
een genetische test op HAT (erfelijke alfa-tryptasemie) aanbevolen.
-Chromogranine A
-Prostaglandine D -2 plasma
Mogelijke urineonderzoeken:
-Prostaglandine D2 (24 uurs urine) zijn niet specifiek voor mestcellen, worden niet geadviseerd als enige marker
-N-methylhistamine (24 uurs urine) is een goede marker voor mestcellen, maar komt ook voor in basofielen
-Leukotrieën in urine
-Catecholaminen (24 uurs urine) om andere aandoeningen uit te sluiten
Onderliggende oorzaken testen:
-Maag- en dunne darmbiopten (CD 117 kleuring)
-Genetische testen
-Voedselintoleranties en allergieën
-DAO-enzymactiviteit
-Farmacogenetisch onderzoek om een overgevoeligheid op bepaalde medicatie te bepalen
Niet iedere patiënt heeft tijdens een reactie aantoonbare afwijkingen in een laboratoriumonderzoek. Dit kan worden verklaard doordat verschillende mediatoren een korte halfwaardetijd hebben of doordat niet alle relevante mediatoren routinematig kunnen worden gemeten.
Voor artsen en behandelaars is de volgende informatie beschikbaar:
Duitse informatie: klik hier…
Verenigde Staten informatie: klik hier…
Het herziene document Diagnosis of Mast Cell Activation Syndrome: A Global Consensus-2 wordt internationaal gezien als een belangrijk wetenschappelijk uitgangspunt binnen MCAS-diagnostiek.
Wat staat er in het MCAS Consensus-2 2020 besluit:
- Een MCAS-patiënt moet symptomen hebben die overeenkomen met een
chronische MCAS, die afwijkend is (d.w.z. abnormaal en/of reactief op een
identificeerbare trigger) en bij veel patiënten gepaard gaand met
periodieke opvlammingen van symptomen. - Een MCAS-patiënt moet tekenen (symptomen) hebben van afwijkende
MCAS in meerdere (d.w.z. tenminste twee) orgaansystemen. - Een MCAS-patiënt mag geen andere ziekte hebben die beter internationaal
genormeerd is dan MCAS, voor het volledige bereik en duur van
de waargenomen symptomen en tekenen. - Er is een verbetering van klachten bij gebruik van medicatie
die mestcelmediatoren onderdrukken of mestcellen stabiliseren
Epidemiologie
De werkelijke prevalentie van MCAS is nog onbekend. Verschillende onderzoekers hebben geschat dat tussen de 1 en 17% van de westerse bevolking kenmerken van mestcelactivatie zou kunnen vertonen, afhankelijk van de gehanteerde definitie en de onderzochte populatie. Deze schattingen lopen sterk uiteen en worden binnen de wetenschappelijke literatuur nog bediscussieerd.
In Nederland ontbreken betrouwbare epidemiologische gegevens. Daarnaast bestaat waarschijnlijk onderdiagnostiek, mede doordat de aandoening relatief onbekend is en het klinische beeld zeer heterogeen kan zijn.
Wetenschappelijke ontwikkelingen
De belangstelling voor mestcelbiologie is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Steeds meer onderzoek richt zich op de rol van mestcellen bij chronische ontstekingsprocessen, neuro-immunologische aandoeningen, gastro-intestinale ziekten, cardiovasculaire aandoeningen en multisysteemziekten.
Hoewel de kennis over mestcellen snel groeit, blijven veel vragen onbeantwoord. De precieze mechanismen die leiden tot ontregeling van mestcellen, de rol van genetische factoren en de ontwikkeling van betrouwbare biomarkers vormen belangrijke onderwerpen van lopend onderzoek.
Voor zorgprofessionals is het daarom van belang zich bewust te zijn van de brede klinische presentatie van MCAS en de snelle ontwikkelingen binnen dit vakgebied. Vroege herkenning kan bijdragen aan een kortere diagnostische zoektocht en een gerichtere behandeling voor patiënten met een verdenking op mestcelactivatie.
